|
De
vraag is of de bezetting van het Shell gebouw een demonstratie
is dat gegarandeerd kan worden met de Nederlandse Grondwet,
Wet openbare manifestaties (Wom) en het Europees Verdrag
voor de Rechten van de Mens (EVRM). Of dat het, zoals de
gemeente stelt, slechts huisvredebreuk is waar demonstratievrijheid
überhaupt niet op van toepassing is.
Volgens
de Grondwet moet een betoging in principe voldoen aan drie
punten: 1. de gemeenschappelijkheid/collectiviteit; 2. openbaarheid;
3. meningsuiting. Oftewel, zoals de Nederlandse regering
een betoging omschreef tijdens de grondwetsherzieningsprocedure
van 1983: "Als een middel om, het liefst met zoveel
mogelijk mensen, in het openbaar uiting te geven aan gevoelens
of wensen op maatschappelijk of politiek gebied." [3]
Met
betrekking tot Occupy Shell gaat het hier om het tweede
punt: heeft het bezettingsobject wel of niet een openbaar
karakter? Gezien het gebouw zelf een symboolfunctie heeft
voor de actievoerders en zij gelijk vanaf het eerste moment
van de bezetting protestborden en spandoeken aan de buitenmuur
bevestigd hebben om aan de buitenwereld te tonen dat het
een occupy actie is, vindt de demonstratie in de
openbaarheid plaats en niet in de besloten ruimte. Dat maakt
echter het gebouw zelf niet tot een openbare plaats. Weliswaar
is het gebouw eigendom van de gemeente en daarmee publiek
bezit maar het pand is geen openbare ruimte. Ook nu het
bezet is heeft het gebouw geen publieksfunctie.
Zo
hanteren de bezetters bijvoorbeeld deurbeleid en een groot
deel van het gebouw hebben ze afgesloten. Niet iedereen
kan er zomaar in en uit lopen. Al was het maar om koperdieven,
vandalisten en junkies buiten de deur te houden. Daarbij
komt dat het argument van één van de occupisten,
dat ze bezetten vanwege de symboolfunctie en niet om er
te wonen, vermoedelijk niet stand houdt tegenover het feit
dat de bezetters feitelijk in het gebouw leven door er te
eten, vergaderen en slapen. Dat het meerendeel vd bezetters
dan wel of niet een eigen woning heeft zal niet ter zake
doen.
Ander
punt is dat de actievoerders allerlei initiatieven willen
ontplooien om een ideële invulling te geven aan het
gebouw. Hoewel dit erg lovenswaardig is past dit eerder
bij een kraakactie dan bij een betoging/bezetting. Dan is
er nog het punt dat Shell, brandpunt van de symboolfunctie,
al acht jaar niet meer in het gebouw zit, wat het lastig
maakt voor de actievoerders om te onderbouwen dat ze iets
bezetten omwille van iets dat er niet is.
De
woordvoerder van de burgemeester beweerd dat het pand andermans
eigendom is, namelijk van de gemeente, en het daardoor niet
kan fungeren als locatie om te demonstreren. Volgens de
Wom echter vallen stationshallen, vliegvelden en winkelgalerijen
onder de categorie 'openbare plaatsen' waar gedemonstreerd
mag worden terwijl dit in principe particulier eigendom
kan zijn. Eigendomsrecht ansich is dan ook geen argument
om iemand demonstratievrijheid te ontzeggen.
Locaties
als vliegvelden en stationshallen hebben echter wel een
duidelijke publieksfunctie met een openbaar karakter wat
een leegstand gebouw als het voormalige Shell laboratorium
niet heeft. Onder openbare plaats verstaat de
Wom: "Artikel 1 -1. Plaats die krachtens bestemming
of vast gebruik openstaat voor het publiek. 2. Onder openbare
plaats wordt niet begrepen een gebouw of besloten plaats
als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet."
[3]
Demonstratievrijheid
onder mensenrechtenverdragen als het EVRM [4] biedt meer
ruimte. Zo is een bezettingsactie in een kerk volgens de
Wom niet toegestaan omdat een kerk geen openbare plaats
is terwijl een kerk binnen de EVRM wel als betogingsplaats
wordt gezien vanwege het "uitgangspunt dat het recht
op vreedzame vergadering en betoging dient te worden beschouwd
als één van de fundamenten van een democratische
samenleving en om die reden niet restrictief geïnterpreteerd
mag worden." [5] Hoewel de EVRM positief inplaats van
restrictief toegepast dient te worden t.a.v. iemands betogingsvrijheid
is het discupabel of de occupisten juridisch wegkomen bij
de politieke bezetting van een leegstaand gebouw dat geen
publieke functie gehad heeft.
Het
lijkt dan ook dat Occupy Shell voordeel haalt uit de eerdere
beslissing van de gemeente om de bezettingsactie niet als
betoging maar als kraakactie te zien. Had de gemeente de
bezetting wél als een vorm van betogen opgevat, dan
hadden ze het vermoedelijk binnen enkele uren ontruimd op
grond van het feit dat het geen openbare plaats is. [6]
Ook
lijken de occupisten te profiteren van de onwennigheid die
de gemeente heeft t.a.v. het occupy fenomeen. Occupy
Shell zit in een schemergebied tussen betogingsrecht en
kraakverbod waar de gemeente vooralsnog geen beleid voor
heeft. Juist dit maakt de bezettingsactie extra interessant.
1.
Artikel 9:1 Het recht tot vergadering en betoging wordt
erkend, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de
wet. 2 De wet kan regels stellen ter bescherming van de
gezondheid, in het belang van het verkeer en ter bestrijding
of voorkoming van wanordelijkheden.
2. Ruimte
voor het recht; Onderzoek naar het demonstratierecht
in Den Haag in de periode 2000 - 2005, pag. 14, Buro Jansen
& Janssen
3. http://lexius.nl/wet-openbare-manifestaties
4. Artikel
11 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens
5. Grenzen
aan de demonstratievrijheid: over de reikwijdte van
het betogingsrecht, pag. 11.
6. Toen in 2005 het Maagdenhuis weer eens werd bezet greep
de Mobiele Eenheid na zeven uur in op grond van huisvredebreuk.
|